Esther Quatfass

Ook te lezen op de wereldwijven.

‘Over een week slaat het bij hem in als een bom.’

De arts die dit tegen me zei, zette mijn stressknop in een hogere stand. Hoe zou Stef reageren? Wat zou hij zeggen, wat zou hij doen? En vooral… hoe moest ík daarmee omgaan?

Om de een of andere reden kon ik geen enkel antwoord vinden op die vragen. Ik voelde alleen maar een grote leegte in mezelf. Een gevoel dat mij totaal onbekend was. Wat ook logisch was, want voor mij was dit alles onbekend terrein, terwijl de artsen het al vaker hadden meegemaakt. Zij zouden het moeten weten.

Toch kon ik me op een of andere manier wel een voorstelling maken van die onbekende toekomst. Dat Stef misschien niet meer goed zou kunnen lopen, dat hij misschien de rest van zijn leven nooit meer op een normale manier zou kunnen eten.

Stef werd wakker. Elke dag iets langer, elke dag was hij iets helderder. Zijn lichaam moest afschuwelijk aanvoelen, maar mentaal leek hij die toestand te kunnen verwerken.

Ze zeiden dat hij nog in de roes van de medicijnen en de narcoses was. Over een week zou het allemaal veranderen.

Maar niet iedereen is hetzelfde.

Elke dag vertelden we hem over de schade aan zijn lijf. Hij knikte, keek verbaasd, vroeg wat er was gebeurd, en vergat dan alles weer. Er kwam echter geen bom.

Wel was hij hoogst verontwaardigd toen ik hem zei dat ik de lange afstandsraces van die winter had afgezegd.

‘Toch niet de Finmarksloppet?’ vroeg hij. ‘Niet doen hoor. Die is pas over vier weken. Dat moet nog wel lukken.’

Hij probeerde uit bed te klimmen. Zijn rechterarm zat in het gips, zijn benen waren van boven tot onder gefixeerd in metalen stellages, hij zat vastgekoppeld aan een infuus en had een longontsteking, maar hij moest en zou nu dat bed uit en naar huis.

Er kwamen tranen, maar geen sloten. Er kwam frustratie, maar geen agressie. Er kwam vooral de behoefte om het leven weer in eigen hand te nemen. Beginnend bij de medicatie, vogelde hij uit hoe al die machientjes werkten en bepaalde al snel zelf wat hij kreeg, wanneer en hoeveel.

Hij was terug. De Stef die ik kende. De man die het beter weet en het op zijn manier wil doen. De man die het liefste in álles onafhankelijk wil zijn.

Maar in hoeverre kon hij zijn onafhankelijkheid vasthouden, nu hij bij alles hulp nodig had van onbekenden?