Esther Quatfass

Zíj zijn het
die zwoegend gaan
door wat groeit in de brozen en de krachtelozen
en zonder zelf nog te bestaan
bewegen langs de kruipend kleine deeltjes
die tot grote hoogte stijgen
zonder dat zij weten waar die allemaal nog vat op krijgen
kijken zij de kwaal vastbesloten in de ogen
om bewogen toe te geven
aan de roep om zalvende verzorging
door de handen van de moeder, de verlengde arm,
elke mens
die hen ziet verdwijnen in de ademnood
geeft zich bloot
aan wat wij met zijn allen pogen te omzeilen